VBZV

Nieuws

Wil je meer lezen?

Voor dit artikel te lezen heeft u niet voldoende rechten.
Log in met uw account of word lid van VBZV.

Indexering wat?

Vraag: Wat met al de stijgingen van voeding, elektriciteit en gas, immo, kortom alles, maar voor ons is er geen aanpassing komende? Wat is nu die 0,79% in het gegeven dat alles zo duurder wordt?

Antwoord:

We begrijpen deze redenering volledig en je bent zeker niet de enige die deze situatie als oneerlijk aanvoelt.

We proberen een verduidelijking te geven en laat het duidelijk zijn dat alle zorgberoepers die via nomenclatuur vergoed worden in hetzelfde schuitje zitten…

Het “probleem” zit bij de berekening van de indexering. De ene indexering is de andere niet. Je hebt het indexcijfer van de consumptieprijzen, de gezondheidsindex, de afgevlakte gezondheidsindex en de spilindex. 
De indexering van 0,79% is berekend in juni 2021 en vandaar heb je dat lage percentage omdat er toen nog praktisch geen stijging was ten opzichte van 1 jaar eerder.

Concreet krijgen wij op 1 januari 2022 een indexverhoging van 0,79%, berekend volgens de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex van juni 2021 met juni 2020.
De verschillende vormen van indexering zouden op lange termijn wel ongeveer op hetzelfde moeten uitkomen (bron: het planbureau). 

Volgens berekeningen van het RIZIV zou de situatie zich eind 2022 moeten “normaliseren”, volgens diezelfde ramingen van het federaal planbureau. Het is wel zo dat de verschillende zorgverstrekkers (waaronder de zelfstandige verpleegkundigen) terecht deze “situatie” gedurende dit jaar (2022) als niet juist of oneerlijk gaan aanvoelen.
(nb: de spilindex is een drempel en wanneer deze overschreden wordt, komt er automatisch een verhoging (indexering) van 2% voor berekening van sociale toelagen en lonen.)
De “spilindex” is een instrument dat reageert op “plotse” stijgingen van de index en de “afgevlakte gezondheidsindex” reageert daar traag op.

Toch ook nog belangrijk om te weten is, dat de brandstof- en energieprijzen NIET opgenomen zijn in de “korf” van producten en diensten die opgevolgd worden voor de berekening van de gezondheidsindex, maar ze zitten wel in de korf voor de berekening van het indexcijfer van de consumptieprijzen.
Wij zullen dus moeten wachten om die inhaalbeweging van de huidige prijsstijgingen daadwerkelijk in centen te zien omgezet worden tot 01/2023!
Ramingen van het planbureau verwachten een indexmassa van meer dan 4% op 1 januari 2023. (Dit geef ik mee om de huidige teleurstelling wat te verzachten.)

In de praktijk geniet het systeem met de spilindex tijdelijk de voorkeur in geval van sterke inflatie (zoals nu), omdat het beter (en vlugger) reageert op de sterke variaties. 
Het systeem “juni/juni” is eerder gunstig in geval van een zwakke inflatie, omdat het elk jaar wordt toegepast, zelfs bij een minieme inflatie.
Hieronder nog een schema (bron: federaal planbureau) ter verduidelijking.

Auteur: Lucien Speeckaert.

leftdrag
leftdrag
leftdrag
leftdrag

LID WORDEN

leftdrag
leftdrag leftdrag
leftdrag leftdrag