VBZV

VBZV Helpcenter

1. Toelichting technische verpleegkundige verstrekkingen
2. Forfaits voor zwaar zorgafhankelijke patiŽnten
3. Wondzorg attesteren
4. Oogindruppeling attesteren
5. Kan ik het toezicht op inname van orale medicatie bij patiŽnten attesteren?
6. Wat zijn de criteria om een patiŽnt palliatief te verklaren?
7. Wanneer en hoe kan ik een kennisgeving doen voor palliatieve zorg?
8. Wat zijn de voorwaarden voor het attesteren van palliatieve zorgen?
9. Wat is het verschil tussen een palliatief forfait PP en een PN?
10. Wat is een ďrurale vergoedingĒ?
11. Welke basisgegevens moeten verplicht voorkomen in het verpleegdossier?
12. Welke gegevens moeten er verplicht voorkomen in een diabetesdossier?
12. Wat is een ďdiabetes zorgtrajectĒ?
13. Wat is het verschil tussen een ďvaste verpleegkundigeĒ en een ďreferentieverpleegkundige diabetesĒ?
14. Welke zorgen kan ik als vaste verpleegkundige attesteren bij een diabeteseducatie volgens nomenclatuur (geen zorgtraject)?
15. Wat moet ik doen voor het attesteren van de wekelijkse voorbereiding van medicatie per os?
16. Wie mag er Specifiek Technische Verpleegkundige Verstrekkingen (STVV) attesteren?
17. Wat mag ik attesteren voor het spoelen van een poortkatheter?
18. U moet in minstens 90 % van de gevallen de identiteit van uw patiŽnt verifiŽren aan de hand van de elektronische inlezing van de elektronische identiteitskaart of een geldig identiteitsdocument. Waarop slaat deze 90 %?
19. Wat moet u doen als de patiŽnt over geen enkel document beschikt om zich te identificeren of als u vergeten bent de eID van de patiŽnt te lezen?
20. Wat moet u doen als u met verschillende verpleegkundigen samenwerkt die verschillende softwarepakketten gebruiken?
21. Wat moet u doen als de patiŽnt weigert zijn eID te laten lezen?
22. Wanneer mag u de streepjescode van de eID gebruiken?
23. Wat zijn de verstrekkingen waarbij geen ID inlezing vereist is?
24. Wat moet u doen bij verstrekkingen die meerdere patiŽntencontacten vereisen?
25. Wat moet u doen voor de ID inlezing in hersteloorden en in instellingen voor mindervaliden?
26. Wat is een ďverpleegkundig consultĒ?
27. Voor welke patiŽnten mag ik een verpleegkundig consult uitvoeren en attesteren?
28. Mag ik als zelfstandig thuisverpleegkundige reclame maken?
29. Wanneer kan ik een zorgkundige integreren in mijn team?
30. Welke zorgen kan een zorgkundige attesteren in de thuisverpleging?
31. Hoeveel controlebezoeken dienen er te worden afgelegd bij het integreren van een zorgkundige?
32. Wat moet ik doen tijdens een controlebezoek?
33. Wanneer mag ik het honorarium voor opeenvolgende bezoeken bij zwaar zorgbehoevende patiŽnten attesteren?
34. Kan ik een subcutaan of intraveneus infuus attesteren?
35. Wat wordt bedoeld met het begrip ďwoonplaatsĒ?
36. Wat moet het verpleegdossier omvatten?
37. Wat is een ďincontinentieforfaitĒ?
38. Hoe kan mijn patiŽnt een incontinentieforfait aanvragen?
39. Wat houdt de tegemoetkoming voor pijnstillers bij chronische pijn in?
40. Wat houdt de tegemoetkoming in reiskosten voor kankerpatiŽnten in?
41. Wanneer heeft mijn patiŽnt recht op een tegemoetkoming voor verbandmateriaal?
42. Wat is een ďtegemoetkoming voor kunstmatige voedingĒ?
44. Aanrekenen van niet-vergoede verstrekkingen door de ziekteverzekering (art 8)
leftdrag
leftdrag
leftdrag
leftdrag

LID WORDEN

leftdrag
leftdrag leftdrag
leftdrag leftdrag