Naar aanleiding van meerdere meldingen van leden over afscoringen na controles door mutualiteiten, lanceerde VBZV in 2025 een bevraging bij haar leden, zelfstandige thuisverpleegkundigen. De signalen over de toegenomen controles en afkeuringen werden als verontrustend ervaren. Met deze enquête wilde VBZV objectieve gegevens verzamelen om de situatie beter in kaart te brengen en, indien nodig, gerichte stappen te ondernemen tegen wat door velen wordt ervaren als een heksenjacht.
De enquête werd gelanceerd op 1 augustus en afgesloten op 9 september. In totaal namen 199 verpleegkundigen deel.
In de daaropvolgende maanden kreeg vermeende fraude in de sector van de thuisverpleging ruime aandacht in de media. In die context besliste VBZV om een tweede peiling te lanceren op 9 december, aangevuld met bijkomende vragen. Doel was een breder en genuanceerder beeld te verkrijgen van de ervaringen, percepties en impact van de controles op het terrein. Deze tweede bevraging werd afgesloten op 6 januari 2026 en telde 233 deelnemers*.
In dit artikel beschrijven we de belangrijkste resultaten, bespreken we de belangrijkste besluiten en geven we de vervolgstappen weer.
*De hieronder beschreven resultaten zijn gebaseerd op de gegevens uit de tweede en meest recente enquête. Er waren geen significante verschillen t.o.v. de eerste bevraging.
SAMENVATTING
|
In 2025 werd ruim de helft van de deelnemers minstens één keer gecontroleerd door een verzekeringsinstelling, waarbij controles vooral in West-Vlaanderen, Antwerpen en Oost-Vlaanderen plaatsvonden en vaak meerdere keren terugkwamen. De Christelijke Mutualiteiten waren verantwoordelijk voor het merendeel van de controles en afscoringen, die in de praktijk hoofdzakelijk neerkwamen op verlagingen van forfaits, terwijl verhogingen uitzonderlijk waren. Ongeveer de helft van de deelnemers maakte bezwaar tegen een afscoring, waarbij een medisch verslag en observaties het vaakst werden toegevoegd. De kans dat een bezwaar werd aanvaard was vergelijkbaar, ongeacht het kennisniveau, en geen enkel documenttype was op zichzelf doorslaggevend. De impact van controles op de praktijk is aanzienlijk: veel deelnemers ervaren onzekerheid over scorebepaling, extra administratieve belasting, verlies van motivatie en twijfel over voortzetting van hun praktijk. De enquête toont bovendien een duidelijke behoefte aan ondersteuning, meer transparantie en dialoog, een herziening van de Katz-schaal en een minder sanctionerende aanpak. Kortom, controles door verzekeringsinstellingen hebben niet alleen inhoudelijke gevolgen voor forfaits, maar ook duidelijke organisatorische en psychosociale effecten. Er is een uitgesproken vraag naar meer constructieve samenwerking en structurele ondersteuning voor verpleegkundigen. |
Bespreking resultaten
54% van het totaal aantal deelnemers werd in 2025 minstens één keer gecontroleerd door een verzekeringsinstelling. De meeste controles vonden plaats bij verpleegkundigen die actief zijn in West-Vlaanderen, gevolgd door Antwerpen en Oost-Vlaanderen. 65% van de gecontroleerde deelnemers kreeg meerdere controles.

Aantal controles per verzekeringsinstelling
In totaal werden 627 controles gerapporteerd, waarbij de Christelijke Mutualiteiten veruit het grootste aandeel voor hun rekening namen. Zij vertegenwoordigen 64% van alle gemelde controles en hebben met 9,7 controles per 100.000 leden een duidelijk hogere controlefrequentie dan het gemiddelde van 4,4. Ook regionaal domineren zij het controlebeeld, met bijzonder hoge aantallen in West-Vlaanderen en Oost-Vlaanderen.

(Christelijke Mutualiteiten (CM), Neutrale Ziekenfondsen (NZ), Liberale Mutualiteiten (LM), Socialistische Mutualiteiten (SM), Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (HZIV), Onafhankelijke Ziekenfondsen (Onafh. ZF), Hulpkas der geneeskundige verzoring HR Rail (HR Rail))
Gevolg van controles op forfaits
Bij 28% van de gecontroleerde deelnemers had de controle geen gevolg. Dit aandeel verschilt per verzekeringsinstelling, maar blijft in alle gevallen beperkt. Bij 72% van de deelnemers leidde de controle wél tot een aanpassing van één of meerdere forfaits.
Na controle ontving 66% van de gecontroleerde deelnemers een verlaging van één of meerdere forfaits. In totaal werden meer dan 300 afscoringen gerapporteerd, vooral van FFA naar T7, FFB naar FFA, T7 naar T2 en van een FFB naar een T7. Volledige afscoringen naar geen forfait kwamen voor, maar in aanzienlijk kleinere aantallen. Deze resultaten komen tevens overeen met de resultaten uit de eerste enquête waar afscoringen van een FFA naar een T7, FFB naar een T7 en FFB naar een FFA zich het vaakst voordeden.
De Christelijke Mutualiteiten zijn (in beide enquêtes) verantwoordelijk voor meer dan 85% van alle gemelde afscoringen. Houdt hier rekening dat zij de grootste speler zijn in België. De overige verzekeringsinstellingen leverden slechts een beperkt aandeel, terwijl de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering geen afscoringen rapporteerde.
Verhogingen van forfaits na controle waren uitzonderlijk. Slechts 6% van de deelnemers meldden een verhoging, voornamelijk toegekend door de Christelijke en Socialistische Mutualiteiten. Dit onderstreept dat controles in de praktijk hoofdzakelijk leiden tot verlagingen en slechts zelden tot verhogingen van forfaits.


Bezwaren tegen afscoringen
Na een controle tekenden 54% van de gecontroleerden bezwaar aan. In bijna alle bezwaren werd een medisch verslag van de huisarts (91%) toegevoegd, gevolgd door observaties (76%), een Katz-schaal (56%) en een zorgplan (51%). Uiteindelijk werd 53% van de bezwaren aanvaard. De documentensamenstelling van aanvaarde en niet-aanvaarde bezwaren vertoonde sterke gelijkenissen, wat erop wijst dat geen enkel documenttype op zichzelf doorslaggevend is.
Een beperkt aantal deelnemers (13%) ondernam bijkomende stappen na een afwijzing, wat slechts in één geval leidde tot een herziening van de beslissing. Daarnaast gaf 18% van de deelnemers aan geen gevolg te hebben gegeven aan de controle, voornamelijk omwille van administratieve belasting, beperkte toegankelijkheid van verzekeringsinstellingen en een lage perceptie van zinvolheid.

Impact van controles op de praktijkvoering
De impact van controles op de praktijkvoering blijkt aanzienlijk. 65% van alle deelnemers aan deze enquête voelt zich onzeker over de correcte scorebepaling, 61% ervaart een verlies aan motivatie en 60% geeft aan dat controles leiden tot extra administratie ten koste van patiëntenzorg. Bovendien twijfelt 41% over het verderzetten van de praktijk. Deze cijfers tonen aan dat controles niet alleen inhoudelijke, maar ook duidelijke organisatorische en psychosociale gevolgen hebben voor de betrokken zorgverleners.
Relatie met kennis van de Katz-schaal

De analyse toont aan dat het merendeel van de deelnemers hun kennis van de Katz-schaal inschat als goed tot zeer goed. Deze hoge zelfingeschatte kennis blijkt echter geen bescherming te bieden tegen controles of forfaitverlagingen. Bij de deelnemers met zeer goede kennis ontving 100% een controle, waarvan 72% meermaals. Na controle kreeg 81% een verlaging van het forfait. Ook bij deelnemers met goede kennis werd een gelijkaardig patroon vastgesteld: 71% kreeg na controle een forfaitverlaging. Dit wijst erop dat een hoge kennis van de Katz-schaal niet samenhangt met een lagere kans op afscoring.
Over alle kennisniveaus heen worden de meeste afscoringen toegekend door de Christelijke Mutualiteiten. Bij deelnemers met zeer goede kennis gebeurde ongeveer 87% van de forfaitverlagingen via de Christelijke Mutualiteiten. Bij deelnemers met goede kennis liep dit aandeel op tot 80%. Ook bij deelnemers met voldoende kennis kwamen de meeste afscoringen van deze mutualiteit. Andere mutualiteiten zijn eveneens betrokken, maar in aanzienlijk kleinere aantallen.
Na een afscoring wordt in hoge mate gebruikgemaakt van de bezwaarprocedure. Bij deelnemers met zeer goede kennis diende 72% van de afgescoorden een bezwaar in. Bij goede kennis liep dit op tot 80%, en bij voldoende kennis eveneens tot 80%. Dit wijst erop dat het indienen van een bezwaar een gebruikelijke reactie is, onafhankelijk van het zelfingeschatte kennisniveau.
Het medisch verslag van de huisarts is veruit het meest toegevoegde document bij bezwaren. Bij zeer goede kennis werd dit toegevoegd in 89% van de bezwaren, bij goede kennis zelfs in 94%, en bij voldoende kennis in 75%. Daarnaast voegden deelnemers vaak observaties toe: 79% bij zeer goede kennis en 78% bij goede kennis. De Katz-schaal en het zorgplan werden minder frequent toegevoegd.
De kans op aanvaarding van een bezwaar blijkt vergelijkbaar voor deelnemers met een goede en zeer goede kennis van de Katz-schaal. Bij zeer goede kennis werd 50% van de bezwaren aanvaard, bij goede kennis 53% . Bij deelnemers met voldoende kennis werd 75% van de bezwaren aanvaard, al moet dit resultaat voorzichtig geïnterpreteerd worden wegens het beperkte aantal gevallen.
Bij aanvaarde bezwaren wordt vaker een combinatie van meerdere documenten ingediend. Zo bevatte 93% van de aanvaarde bezwaren bij zeer goede kennis een medisch verslag van de huisarts, 71% observaties en 64% een zorgplan. Een gelijkaardig beeld is zichtbaar bij goede kennis. Tegelijk blijkt dat ook niet-aanvaarde bezwaren vaak dezelfde documenten bevatten, wat erop wijst dat geen enkel document op zichzelf doorslaggevend is voor de uitkomst.
Nood aan ondersteuning en aanbevelingen
Uit de enquête blijkt een uitgesproken nood aan ondersteuning en structurele verduidelijking. 43 deelnemers formuleerden concrete suggesties voor ondersteuning vanuit VBZV, waarbij vooral werd gewezen op de nood aan een herziening van de Katz-schaal, meer transparantie en dialoog met verzekeringsinstellingen en een duidelijk stappenplan voor het omgaan met controles. Daarnaast werd het gebrek aan onafhankelijkheid van de huidige controlepraktijk herhaaldelijk aangehaald, net als de vraag naar meer opleidingsmogelijkheden en een minder sanctionerende aanpak. Deze signalen sluiten aan bij de vastgestelde impact van controles op de praktijkvoering en onderstrepen de behoefte aan een meer constructieve en ondersteunende samenwerking tussen zorgverleners en verzekeringsinstellingen.
Volgende stappen VBZV
Vooraleerst willen wij alle deelnemers hartelijk bedanken voor hun betrokkenheid bij deze enquête. Dankzij de hoge respons konden we een grondige en onderbouwde analyse van de resultaten maken. Deze input is voor VBZV van grote waarde en vormt een belangrijk vertrekpunt voor verdere acties.
Als beroepsvereniging nemen wij deze signalen ernstig en zullen we hier op verschillende vlakken verder mee aan de slag gaan. Zo blijven we ons opleidingsaanbod uitbreiden en toegankelijk maken voor alle zelfstandige thuisverpleegkundigen. Daarbij zetten we zowel in op fysieke opleidingen als op webinars, onder meer rond thema’s zoals:
-
omgaan met een RIZIV-controle,
-
het correct invullen van de Katz-schaal,
-
richtlijnen bij een aanvraag, afscoring of weigering,
-
en het correct en wettelijk onderbouwd bijhouden van verpleegdossiers.
Het actuele opleidingsaanbod is terug te vinden op onze opleidingspagina.
Daarnaast zullen wij actief de dialoog aangaan met de verzekeringsinstellingen om de in de enquête gesignaleerde knelpunten te bespreken. Daarbij besteden we bijzondere aandacht aan het vaak ervaren gebrek aan toegankelijkheid en communicatie, met als doel te streven naar meer transparantie, wederzijds begrip en constructieve samenwerking.
De resultaten van de poll rond het weigeren van de verplichte foto bij wondzorg worden volgende week gepubliceerd.